Bel voor een afspraak!
Download hier de pdf met onze te bezichtigen woningen.
Lees meer

Kwaliteit staat bij ons voorop. Bekijk de slideshow.
Bezig met laden van Google Maps…
51.8077657,4.8600769
10
Wonen in Sliedrecht
Ontstaansgeschiedenis van Sliedrecht
Sliedrecht ontstond ooit als nederzetting op moerasachtige gronden op de zuid-oever van de Merwede, in de huidige polder Crayenstein op het Eiland van Dordt, tegenover het Sliedrecht van vandaag. Per 1 januari 2008 telt Sliedrecht bijna 24.000 inwoners en is een van de grootste dorpen van Nederland. De naam ‘Sliedrecht’ wordt voor het eerst genoemd in een oorkonde van 2 mei 1064 van de hand van de Duitse keizer Hendrik IV aan de bisschop van Utrecht. Over de oorsprong van de naam ‘Sliedrecht’ geeft de lokale schrijver ir. W. Bos Jsn. twee lezingen. In de eerste plaats zou ‘Slie’ wijzen op een Germaans woord dat ‘slik’ betekent. Het achtervoegsel ‘drecht’ is van Nederfrankische oorsprong en betekent ‘overtocht’. Kortom: ‘Overtocht over slibberig water’ dus. De Merwede was heel vroeger dan ook veel breder, en daardoor ondieper dan vandaag de dag. Een tweede uitleg is dat ‘Slie’ komt van het riviertje ‘de Sleye’. En omdat ‘drecht’ ook wel vertaalt kan worden met ‘stroom’ zou de betekenis eenvoudig ‘Sleyestroom’ kunnen luiden.
St. Elizabethvloed
Het gebied overstroomde regelmatig, zodat de landerijen met een vruchtbare laag slib overdekt werden. Het hoge water van de St. Elizabethvloed van november 1421 was echter dermate rampzalig dat het hele dorp werd weggevaagd en de overlevenden hun heil moesten zoeken in Menkenesdrecht, op de noordoever van de Merwede. Uit dit dorp Menkenesdrecht is het het huidige Sliedrecht ontstaan. De bewoners van het verdronken Sliedrecht kwamen vooral terecht in het ambacht (dorpsdeel) Lockhorst, gelegen ten westen van de kerk. Daar wachtten zij af tot hun dorp weer bedijkt zou worden, maar hiervan is het nooit meer gekomen. Daarom kreeg Lockhorst al snel de naam ‘Over-Slydrecht’.
Gevecht tegen het water
De Alblasserwaard leek toen een beetje op de huidige Biesbosch. De vaak voorkomende overstromingen vormden een beletsel voor landbouw en veeteelt bij dorpskernen en vormden bovendien een te groot gevaar. Iedere gebruiker van een stuk land kreeg in die nieuwe nederzetting dan ook de verplichting een stuk dijk (dijkvak) aan te leggen, dat hij daarna moest onderhouden. Uit een giftbrief van Floris V uit 1277 blijkt dat de bedijking toen al bestond. Het Sliedrecht van nu (daarvoor nog gewoon buitendijks land) kwam toen dus binnen de 'Hooge-Dijck' te liggen. Vanwege de regelmatig terugkerende hoge waterstanden en overstromingen, en omdat de bodem van de polder slechte landbouwgrond was, hebben landbouw en veeteelt nooit een belangrijke rol gespeeld rond Sliedrecht. Men verdiende vooral geld in de visserij, vlasbewerking, touwslagerijen, het snijden en drogen van biezen voor het maken van bijvoorbeeld manden, korven en stoelen. Omdat enerzijds landbouw en veeteelt dus weinig opleverden, maar anderzijds en het gevecht tegen het water steeds belangrijker werd, ontstond een nieuw beroep: de dijkwerker. Veel buitenaf werkende dijkwerkers kwamen uit Sliedrecht. Deze ‘brijhappers’ (brij = modder) stonden al snel bekend om hun vakmanschap en de kennis van zaken waarop rijshout geteeld moest worden. Dit rijshout werd al in de vijftiende eeuw gebruikt bij de aanleg van de Alblasserwaardse dijk. Het werd in matten gevlochten en ter versterking op het dijklichaam vastgezet. Het maken van rijsbeslag, rijshouten hoofden en kuipwerk vormden met name vanaf midden achttiende eeuw een steeds belangrijker bron van inkomsten. Toen de Spanjaarden definitief uit de streek verdreven waren, nam de welvaart in Sliedrecht toe. Sliedrecht was alle andere dorpen in de omgeving ver vooruit en de jaren 1598 tot 1658 moeten voor deze plaats een 'gouden eeuw' zijn geweest. Na nieuwe overstromingen in 1658, 1663 en 1672 liep de welvaart helaas weer snel terug.
Ontstaan van de baggerindustrie
Het financieren van grote grond- en dijkwerken met bijbehorende risico’s was in de zestiende en zeventiende eeuw voorbehouden aan rijke investeerders uit de grote steden. Zij gebruikten aannemers die dijkwerkers ‘uit Sliedrecht of daaromtrent’ inhuurden vanwege hun vakkennis. In Sliedrecht zelf durfde men alleen op kleine werken zelfstandig het risico van financiering aan. Pas eind 18e eeuw waagde men zich aan grotere projecten. Het was gebruik het benodigde geld alleen bij plaatsgenoten te lenen. Kapitaal en rente bleven hierdoor in hetzelfde dorp en men werd steeds minder afhankelijk van geldschieters in de steden. In de 18e eeuw groeide de Sliedrechtse aannemerij gestaag en woonden er heel wat 'aennemers van publyck besteedde wercken' in het dorp. Zij vormden het voorgeslacht van veel in Nederland gevestigde baggerbedrijven. De werktuigen bleven lange tijd eenvoudig en gering in aantal; hoofdzakelijk spaden, kruiwagens, vlet en baggerbeugel. Alleen de overheid baggerde met molens. Pas in 1818 begon men in Sliedrecht met een paardenmolen. Het accent bleef echter nog lang op rijs- en oeverwerken liggen. Toen in 1885 de eerste stoomraderboten op de Merwede verschenen, kwam Adriaan Volker op het idee van de stoombaggermolen. In 1864 kon zijn inmiddels gerespecteerde bedrijf de eerste stoombaggermolen aanschaffen en zijn ideeën werden al snel overgenomen door anderen in het dorp.
Scheepswerven
Voor Sliedrecht kwam de grote doorbraak toen onder minister Thorbecke in 1862 werd besloten de Nederlandse kust voor de grootste schepen toegankelijk te maken. De enorme werken aan het Noordzeekanaal, de Nieuwe Waterweg en de havens van Rotterdam en Amsterdam werden met groot succes uitgevoerd. Voor Sliedrecht had dit als gevolg dat er scheepswerven ontstonden, zowel voor reparatie als nieuwbouw van kleine baggerwerktuigen. Het succes van de Waterweg werd ook in het buitenland bekend. Vanaf 1880 werkten de Sliedrechters in Frankrijk, Spanje en Duitsland en vanaf 1900 over de gehele wereld. Door deze economische successen breidde de bevolking in Sliedrecht zich, zoals in de rest van Nederland, snel uit. In 1851 en 1901 werden diverse uitbreidingen van de gemeente gerealiseerd. Verdere mechanische ontwikkelingen zorgden voor uitbreiding van de Sliedrechtse industrie: rondom de baggerindustrie bloeiden de technische installatiebureaus en diverse toeleveringsbedrijven op. De afhankelijkheid van één industriële sector had wel tot gevolg dat de economische depressie van de dertiger jaren van de vorige eeuw Sliedrecht hard trof. Meer dan de helft van de beroepsbevolking was op werkelozensteun aangewezen.
Tweede Wereldoorlog
In de oorlog werd Sliedrecht door diverse bombardementen getroffen, zowel Engelse als Duitse. Vooral in de periode ‘44-‘45 speelde Sliedrecht een belangrijke rol voor het verzet. Vanuit deze gemeente pendelden de zogenaamde line-crossers via de voor de Duitsers moeilijk te controleren Biesbosch naar het inmiddels bevrijde Noord-Brabant.
Sliedrecht blijft het baggerdorp
Na de oorlog bloeide de baggerindustrie weer op en om de eenzijdige economische ontwikkeling te doorbreken werd geprobeerd andere industrieën aan te trekken. En met succes. Ondanks het feit dat enkele baggermaatschappijen niet meer in Sliedrecht gevestigd zijn, en binnen de gemeentegrenzen tal van andersoortige bedrijven zijn neergestreken, blijft Sliedrecht voor Nederland en de rest van de wereld nog altijd 'het baggerdorp'.
Sliedrechts dialect
De oudere geboren en getogen Sliedrechters beheersen nog het Sliedrechts dialect. In 2006 bracht de Historische Vereniging Sliedrecht het boek 'Slierechs van A tot Z' uit. Hierin zijn alle woorden, uitdrukkingen en het taaleigen voor het nageslacht vastgelegd. Een bekende uitdrukking in Sliedrechts dialect is: 't Mot warre wil 't rêêje. Het betekent: Het moet eerst een rommeltje zijn voordat het netjes wordt.
Historisch fotoarchief
De gemeente Sliedrecht en de Historische Vereniging Sliedrecht hebben samen een digitaal fotoarchief ontwikkeld. Dit is te vinden op de website http://historie-fotoarchief.sliedrecht.nl/.
Gemeentewapen
De gemeente Sliedrecht is sinds 24 juli 1816 in het bezit van een gemeentewapen. Het officiële toekenningsbesluit uit 1816 spreekt van een Bourgondisch kruis.
Vanwege den Koning De Hooge Raad van adel gebruik makende van de magt aan denzelven verlend, bij besluit van den 20sten februari 1816, bevestigt bij dezen de Gemeente Sliedrecht, ingevolge het door Haar gedaan verzoek, in het bezit van het navolgende Wapen: Zijnde van Goud, beladen met een Bourgondisch Kruis van Sabel. Gedaan te 's-Gravenhage den 24sten july 1816 (get. Mat. L. d'Yvoy van Mijdracht fung. de president). Ter ordinantie van den Hoogen Raad (get. De Wacker van Zon, Secretaris).'
In 1961 heeft de Hooge Raad van Adel toestemming verleend aan het wapen een kroontje toe te voegen, waardoor de complete omschrijving is gaan luiden:
'Van goud, beladen met een Bourgondisch Kruis van sabel. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren met twee paarlen.'
Ook hier is nog sprake van een Bourgondisch kruis. Later bleek dat dit niet de correcte omschrijving is. Onderzoek wees uit dat het geen Bourgondisch kruis is, maar een groot-uitgeschulpt schuinkruis. De Hooge Raad van Adel heeft daarom in haar toekenningsbesluit van 30 december 1987 de omschrijving gewijzigd. Sindsdien is de enige juiste omschrijving van het gemeentewapen:
'In goud een groot-uitgeschulpt schuinkruis van sabel. Het schild gedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee parels.'
Baanhoek –West
Baanhoek-West is een VINEX locatie waar de komende jaren een belangrijk gedeelte van de woningbouwactiviteiten van Sliedrecht zal plaatsvinden. Naast de ca. 950 woningen die gepland zijn (waarvan 30% sociale woningbouw), zal er ook plaats zijn voor basisscholen, kinderopvang, een speelplaats, een sportzaal, een kerkgebouw, een gezondheidscentrum en een klein bedrijventerrein. Tevens komt er in het gebied een NS-station en een halte voor de HOV-D (Hoogwaardig Openbaar Vervoer Drechtsteden).
Het gebied wordt begrensd door de spoordijk, de dijk langs de rivier de Merwede (Baanhoek), de rijksweg A15 en de gemeentegrens met Papendrecht.Baanhoek-West vormt samen met de wijk ‘Oostpolder’ en het nog te ontwikkelen ‘Land van Matena’ in Papendrecht, een woongebied voor ongeveer 2500 woningen. Voor het gebied wordt een stedenbouwkundig plan ontwikkeld. Het centrale thema in de wijk is “wonen in een eigentijds vormgegeven tuinstad”. Dit betekent dat er een belangrijke plaats is voor groen en water, wat voor een groot deel een plaats krijgt in een strook grond aan weerszijden van de hoogspanningsleidingen.
Onderwijs en volksgezondheid
Sliedrecht heeft een goed voorzieningenpakket. Vrijwel iedere onderwijsvorm is in Sliedrecht vertegenwoordigd. Ook op het gebied van de gezondheidszorg kent Sliedrecht een ruim aanbod aan voorzieningen. Een compleet overzicht is opgenomen in de gemeentegids.
Sport en ontspanning
In Sliedrecht zijn ruim 50 sportverenigingen die er gezamenlijk voor zorgen dat praktisch alle takken van sport in Sliedrecht kunnen worden beoefend. Ook heeft Sliedrecht een ruim aanbod van sportaccommodaties. Zo is er een zwembad, sporthal, sportvelden,
tennis-/ squashbanen etc.
Winkelvoorzieningen
Sliedrecht: heerlijk winkelen. In Sliedrecht is het heerlijk winkelen. Er zijn vier winkelcentra, met name de Kerkbuurt is geschikt voor recreatief winkelen. Er zijn verscheidene zaken met een eigen sfeer en eigen collecties. Verder is er natuurlijk de Sliedrechtse woonboulevard op de Nijverwaard. Wie hier niet slaagt voor meubilair of woonaccessoires, slaagt nergens. Ook gezellig: op woensdag is er markt op het Burgemeester
Winklerplein.
Industrie en werkgelegenheid
Sliedrecht wil niet alleen maar een woonplaats zijn. Het gemeentebestuur gaat ervan uit dat de Sliedrechtenaar ook in eigen gemeente werk moet kunnen vinden. Daarom heeft Sliedrecht op het gebied van werkgelegenheid dan ook veel te bieden. Een relatief grote oppervlakte van Sliedrecht wordt in beslag genomen wordt door bedrijventerreinen. Er is een grote verscheidenheid aan bedrijven, kantoren en winkels. Van scheepswerven tot higttech ICT-bedrijven. Van grote meubelbedrijven tot kleine speciaalzaken. Met een een prima verbinding met het water, het spoor en de weg, moet dat wel een gunstige uitwerking hebben op de werkgelegenheid. En dat heeft het dan ook! Ook de uitgebreide zorgsector en het onderwijs bieden werkgelegenheid aan mensen binnen en buiten het dorp. Net als de gemeente zelf trouwens.